Hoe rouw je? En hoe weet ik of ik het goed doe?

Iemand waar je heel veel van houdt is overleden. Slik. En nu? Rouwen hoe doe je dat? En hoe rouw ik op een goede manier?

Het klinkt alsof er ergens een handleiding bestaat. Zo een onbegrijpelijke handleiding met 80.000 stappen. Alsof iemand kan zeggen: als je dit en dat doet, dan doe je het goed. En zo hoort het.

Maar rouw werkt niet zo. Rouw is geen stappenplan en al helemaal geen examen waarbij je kunt slagen of zakken. De één wil praten en herinneringen ophalen. De ander trekt zich juist terug. Sommige mensen huilen elke dag, anderen voelen lange tijd bijna niets. Dat kan verwarrend zijn. Vooral wanneer je om je heen ziet dat anderen anders reageren dan jij. Maar dit betekent niet dat jouw manier verkeerd is.

Onderzoekers ontdekken de laatste jaren steeds meer over rouw. De Amerikaanse neurowetenschapper Mary-Frances O’Connor heeft hier veel onderzoek naar gedaan. Zij beschrijft rouw als een proces waarin het brein leert dat diegene waar je van houdt niet meer fysiek aanwezig is. Herinneringen en gevoelens van verbondenheid blijven bestaan.

Als je jezelf afvraagt hoe je goed rouwt, helpt het misschien om het anders te bekijken. Rouw gaat niet over goed of fout. Het gaat over ruimte maken voor wat er is. Verdriet, herinneringen, liefde en soms ook momenten van rust. Dat alles hoort bij rouw. Rouw is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is een proces waarin liefde noodgedwongen een andere vorm zoekt. Soms langzaam, soms met vallen en opstaan.

Iedereen rouwt op zijn eigen manier, in een eigen tempo. Met vallen en opstaan. Stapjes voor- en achteruit. Ontdek hoe je de zon weer kan en mag voelen schijnen in een wereld die soms niet meer glanst zoals het eerder zo mooi deed. Hier schreef ik eerder over en maakte ik de vergelijking met een vaas.

Weet dat je dit kan. Rouw maar met je hoofd omhoog en hart vol liefde. Met een brok in je keel en een huilend hart en dat dat mag precies naast elkaar bestaan.